Ostjak is een oude naam die vooral werd gebruikt voor de Chanten in West-Siberië. Hun gemeenschappen leven langs de Ob en zijrivieren. Schrijvers gebruikten de naam soms ook voor andere volken.
Visserij, jacht en in sommige gebieden rendieren houden bepaalden het leven tussen rivieren en bossen. Huidkleding, sieraden en uitrusting tonen grote materiaalkennis.
Negentiende-eeuwse beschrijvingen noemen tatoeages op handen, onderarmen en dijen van sommige vrouwen. Sommige mannen droegen een kleiner polsteken, als persoonlijk symbool of handtekening.
Dat verschil valt op: uitgebreide versiering bij de ene drager, een klein herkenningsteken bij de andere. Zelfs binnen verbonden gemeenschappen konden tatoeages verschillende doelen dienen, naast kleding en sieraden.
