Java is een Indonesisch eiland dat bekendstaat om hofkleding, dans, batik en de kris of keris. De kunst combineert lokale tradities met hindoeïstische, boeddhistische en islamitische invloeden.
Een kris is meer dan een wapen. Een recht of golvend lemmet, metaalpatronen, een gesneden handvat en passende schede maken hem tot een teken van vakmanschap en aanzien. Hij past bij ceremoniële kleding en kan als erfstuk worden doorgegeven.
Gamelan begeleidt dans en theater. Wayang gebruikt houten figuren of schaduwpoppen van leer voor verhalen, waaronder de Ramayana en Mahabharata. Maskers geven personages een ander gezicht.
Batik brengt patronen op kleding. Makers brengen was aan vóór het verven en herhalen dit voor meerdere kleuren. Motieven kunnen wijzen op een plaats, gelegenheid of identiteit. Het werk van vaardige handen gaat zo mee in dagelijks leven en ceremonies.
