Een hoofd als trofee.
Een teken van macht.
Koppensnellers waren krijgers die na rooftochten of gevechten menselijke hoofden als trofee meenamen. In verschillende samenlevingen kon een hoofd staan voor overwinning, wraak of macht. Deze acht beelden voeren van de Stille Oceaan en Borneo naar Afrika en een kunstenaarsbeeld van het oude Schotland. De voorstellingen zijn indrukwekkend, maar de verhalen erachter verschillen.
Op Nuku Hiva in de Marquesaseilanden draagt een krijger een hoofdtrofee onder een lichaam vol krachtige tatoeagepatronen. Op beelden uit Borneo staan Dayak- en Iban-krijgers naast hun trofeeën. Bij sommige groepen kon succes in de strijd ook op handen of vingers worden vastgelegd. Een tatoeage kon anderen laten zien wat de drager had gedaan.
Bij het Māori-hoofd trekt het gezicht zelf de aandacht. De moko blijft zichtbaar na de dood. Bewaarde hoofden konden oorlogstrofeeën zijn, maar ook van dierbaren afkomstig zijn. Later wakkerde de vraag van buitenlandse verzamelaars een verwoestende handel aan. Een getatoeëerd gezicht werd iets waarvoor mensen bereid waren te doden.
De scène uit Dahomey toont vrouwelijke krijgers die hoofden omhooghouden; op het beeld van de Salomonseilanden staan schedels op palen. Een Australische figuur tilt een hoofd boven zijn eigen hoofd uit. Samen laten deze afbeeldingen zien hoe ver het beeld van de hoofdtrofee zich verspreidde. Ze bewijzen niet dat iedere samenleving hetzelfde gebruik kende. De kleurrijke Pict is veelzeggend: hij is lang na de Pictische tijd gemaakt en laat zien hoe latere kunstenaars zich een angstaanjagende krijger uit de oudheid voorstelden.
