Oost-Afrika kent vele volken, waaronder de Maasai in Kenia en Tanzania en gemeenschappen in de Hoorn van Afrika. Hun kleding en lichaamsversiering lopen uiteen van kralen en oorsieraden tot kapsels en blijvende tekens.
Maasai-kralenwerk valt meteen op. Kleine kralen vormen brede halskettingen, hoofdversieringen en zorgvuldig opgebouwde patronen. Ze kunnen leeftijd en sociale relaties uitdrukken. Kleuren hebben echter niet overal één vaste betekenis.
Haar, oker en oorsieraden voegen detail toe. Oudere beschrijvingen noemen ook gekleurd tandvlees en gezichtstekens in delen van de regio. Die gebruiken hoorden bij specifieke plaatsen en perioden.
Kleding veranderde met de gelegenheid. Een krijger, een getrouwde vrouw en een deelnemer aan een ceremonie konden heel anders verschijnen. Veeteelt, familieleven en feesten hielpen bepalen wat mensen droegen.
