Centraal-Azië is een gebied van steppen, bergdalen en oasesteden. Er wonen onder meer Oezbeken, Turkmenen, Kazachen en Kirgiezen. Hun kleding weerspiegelt lokale tradities en eeuwen van reizen en handel.
Turkmeense sieraden konden indrukwekkend groot zijn. Zilveren versieringen, soms verguld of met gekleurde stenen, trokken de aandacht. Ze verbonden schoonheid met bescherming en sociaal aanzien.
Textiel bracht felle kleuren. Bij ikat worden delen van de draden vóór het weven geverfd. Zo ontstaan patronen met zachte, vervagende randen. Gewaden, mutsen en andere kleding laten het vakmanschap van de makers zien.
Sommige gemeenschappen gebruikten ook kleine tatoeages op handen of polsen. Op veel portretten staan vooral sieraden en kleding centraal. Een rijk gewaad, hoofddeksel of bruidssieraad maakte iemands positie en de gelegenheid meteen zichtbaar.
