Birma, nu Myanmar, is een land in Zuidoost-Azië met een lange geschiedenis van decoratieve en beschermende tatoeages. Dichte patronen op het onderlichaam en dierfiguren bestonden er al lang voordat ze op westerse podia verschenen.
In 1876 werd George Costentenus een beroemde attractie in de show van P. T. Barnum. Als de ‘getatoeëerde Griekse prins’ verbaasde hij het publiek met patronen over bijna zijn hele lichaam. Onderzoekers telden destijds 388 figuren.
Zijn verhaal was minstens zo spannend: tijdens een expeditie in Birma zou hij gevangen zijn genomen en als straf getatoeëerd. Maar zijn versies spraken elkaar tegen en het verhaal wordt betwist. De tatoeages waren echt. Het verhaal waarmee hij kaartjes verkocht, was veel minder zeker.
Door zijn optredens raakte Amerikaans en Europees publiek bekend met Birmese patronen. In Myanmar hadden zulke tekens al eigen betekenissen, waaronder moed en bescherming. Hun geschiedenis gaat veel verder dan het circusverhaal van één beroemde man.
