Bornu was een machtig koninkrijk ten zuidwesten van het Tsjaadmeer, nauw verbonden met het oudere Kanem. Handel, reizen en de islam verbonden de steden en hoven met Noord-Afrika en gebieden verder naar het zuiden.
Kleding maakte gezag zichtbaar. Heersers en bestuurders droegen wijde gewaden, tulbanden en rijk versierde stoffen. Ruiters voegden versierde uitrusting en wapens toe. Borduurwerk gaf de kleding fijn detail en liet de drager opvallen.
In de omgeving bestonden veel tradities van gezichtstekens. Fulani en andere naburige gemeenschappen droegen hun eigen tatoeages of littekens, soms met bijzondere kapsels en sieraden. Die patronen hoorden bij bepaalde groepen, niet bij alle inwoners van het rijk.
Naast machthebbers tonen de portretten vrouwen, dansers en lokale leiders. Kleding, huid en sieraden lieten op verschillende manieren zien wie mensen rond het Tsjaadmeer waren.
