De Ainu zijn een inheems volk uit Hokkaido, Sachalin en omliggende gebieden. Hun kunst omvat geborduurde gewaden, houtsnijwerk en een bijzondere traditie van vrouwentatoeages.
Een tatoeage rond de mond groeide in de loop van jaren. Kleine tekens werden een donkere band rond de lippen, met punten richting de wangen. Vrouwen droegen ook patronen op handen en armen. Oudere vrouwen, vaak familieleden, maakten fijne sneetjes en wreven er roet in.
De voltooide tatoeages konden schoonheid, volwassenheid en het moment om te trouwen uitdrukken. Ze hielden ook verband met bescherming en de reis naar de voorouders na de dood. Ze betekenden veel meer dan de snor die sommige Europese bezoekers erin zagen.
Japanse beperkingen, waaronder een verbod in 1871, zetten de traditie onder druk. Geborduurde kleding bood een andere vorm van beschermende versiering. De Ainu houden hun artistieke kennis nog steeds levend en geven er nieuwe vormen aan.
